September

Geschreven door Karel Wolters

In september begint, volgens de kalender, de herfst. De weerkundige gaat in op 1 september, de astronomische pas op 23 september. Die dag trekt het middelpunt van de Zon om vijf over elf 's-ochtends van noord naar zuid door de hemel-equator. Dan staat de Zon precies recht boven de evenaar. Voor ons betekent dit dat het nog drie maanden lang 's-avonds steeds vroeger donker wordt, tot de Zon op 22 december boven de Steenbokskeerkring staat. Daarna worden langzamerhand de dagen weer langer (en de nachten korter).

De planeten Venus en Saturnus staan te dicht bij de Zon om waargenomen te worden. Voor het blote oog en de verrekijker zijn Mercurius, Mars en Jupiter deze maand de kandidaten. Met een kleine telescoop is ook deze maand  het manenspel rond Jupiter de moeite waard. Dat begint al direkt in de vroege nacht van 2 september. Kort voor half twee eindigt de schaduw-overgang van maan Europa en begint het maantje zelf aan zijn reis over het planeet-opperevlak. Dit laatste is alleen met een grote telescoop waar te nemen.

De volgende ochtend is Mercurius in grootst mogelijke elongatie, staat dus het verst van de Zon af. Rond zes uur 's-ochtends staat de planeet al een stukje boven de oostelijke horizon.

In de vroege avond van 4 september is de Maan in eerste kwartier en staat ze enkele graden boven de ster Antares. Vanaf half tien is de ster al te zien in de avondschemering. De volgende nacht (5 sept) iets na drie uur is er weer een schaduw-overgang over Jupiter te volgen met een kleine telescoop, ditmaal van maan Io. Op 9 september na half twee 's-nachts vindt er weer een schaduw-overgang van Europa plaats.

Jupiters maan Callisto trekt in de nacht van 11 september heel dicht boven de planeet langs. De boven-conjunctie (samenstand) is om zeven minuten over half vier.

De volle Maan het dichtst bij het astronomische herfstbegin heet traditioneel de Oogstmaan. Dit jaar is dat de volle Maan van 12 september.

Veranderlijke sterren zijn er in soorten. Het kan gaan om een stelsel van twee sterren die om elkaar heen draaien (en niet apart te zien zijn), en elkaar periodiek bedekken, vanuit onze positie gezien. Dan zien we dus een tijdelijke helderheids-afname, een minimum. Ster Algol is hiervan het prototype (zie 19 sept). Een ander type veranderlijke wordt gevormd door "rode reuzen" die in een lange periode in helderheid toe- en afnemen. In hun minimale helderheid zijn vele niet eens te zien met een telescoop. Maar in hun helderheids-maximum zijn er veel met de verrekijker waar te nemen. De naamgever van dit soort veranderlijke sterren is Mira, de "wonderbaarlijke". Zij wordt in haar maximum dermate helder dat ze goed met het blote oog kan worden gezien. Ze is dan ook al ontdekt vlak voor de uitvinding van de telescoop, door de nederlandse amateur-astronoom David Fabricius in 1596.

Het maximum van Mira valt rond 13 en 14 september. Mira is een ster van het sterrenbeeld Walvis en ligt bijna op de hemel-equator. Tien over half vijf in de ochtenden van 13 en 14 september staat ze precies in het zuiden op een hoogte van 35 graden boven de horizon. Misschien met het blote oog te zien, zeker met een verrekijker. Vijf uur hiervoor begint er weer een schaduw-overgang van maan Io over het Jupiter-oppervlak. En twee nachten later (16 sept) is maan Europa weer aan de beurt, vanaf tien over vier. Om 6 uur diezelfde ochtend staan de "Tweelingen" Castor en Pollux, en Mars praktisch op één lijn in het oost-zuidoosten. Rechtsonder Mars staat ster Procyon, één magnitude helderder dan de planeet.

Ruim een halve dag verder, rond half elf 's-avonds vinden we de Maan dicht bij Jupiter en enkele sterren van de Ram.

Zondagmorgen 18 september staat de Maan enkele graden ten zuiden van de Pleiaden, kijk vóór zes uur, vóór de ochtendschemering.

Voor sterbedekkingen door de Maan hebben we een kleine telescoop nodig. Deze maand is er van de wat helderder sterren alleen het tevoorschijn komen vanachter de donkere maanrand te observeren, op 18 en 20 september 's-avonds b.v. Om de precieze tijd en de plaats op de maanrand te kunnen bepalen hebben we het gratis computer-programma LOW nodig. Dit programma is te downloaden via de site van de ned. vereniging van waarnemers van sterbedekkingen: www.doa-site.nl

Op 19 september even na middernacht is Algol in zijn minimum. In de loop van vijf uur neemt de helderheid dan met meer dan één magnitude weer toe tot de 2e grootte. Algol vinden we zo'n 45 graden boven de oostelijke horizon.

In de nacht van 21 september om tien voor half twee gaat de schaduw  van Io  weer eens over Jupiter.

Castor, Pollux en Mars kwamen we hiervoor al tegen. Op 23 september wordt dit drietal vergezeld door de Maan, rond zes uur 's-ochtends. Onze "Wachter" is bij Regulus in de buurt op 25 september rond zeven uur. 's-Avonds  is er dan weer een schaduw-overgang bij Jupiter te observeren, nu van de maan Ganymedes, te beginnen kort voor middernacht. Op de aansluitende ochtend is vlak voor zeven uur de heel smalle maansikkel, met misschien asgrauw schijnsel, te zien boven de oostelijke horizon.

Tot slot dan toch nog twee schaduw-overgangen over Jupiters oppervlak, beide van Io. Op 28 september rond kwart over drie 's-nachts te beginnen en op 29 september is de start voorzien rond kwart voor tien 's-avonds.                                  

Terug naar het maandoverzicht