Januari

Geschreven door Karel Wolters

Deze maand zijn alle planeten die met het blote oog waarneembaar zijn, op te sporen, evt. met de verrekijker. Mercurius in het begin van de maand 's-ochtends, Venus is avondplaneet, Mars komt 's-avonds steeds vroeger op, Jupiter daarentegen gaat langzamerhand steeds vroeger onder, aan het eind van de maand al om één uur 's-nachts, Saturnus tenslotte komt in het tweede deel van de nacht op en blijft dan dus tot in de ochtendschemering zichtbaar.

De vier gallileïsche manen van Jupiter verzorgen ook deze maand weer een overvloed aan verschijningen, verdwijningen en verduisteringen.

Twee kometen zijn met de verrekijker te bewonderen. Komeet Levy beweegt tot 17 januari door de Vissen, daarna een kleine week door de Walvis en daarna door Eridanus. Ze staat zeer gunstig aan de avondhemel. Komeet Garrardd is de hele maand in Hercules te vinden, 's-ochtends zo'n 30 graden hoogte boven de horizon.

De eerste dagen van de maand kunnen we de meteoren van de Boötiden-zwerm verwachten. Het maximum valt in de vroege ochtend van 4 januari.

Veranderlijke sterren zijn er in soorten. Bij zeer nauwe dubbelster-systemen kunnen we soms in één nacht een minimum en terugkeer naar de oorspronkelijke helderheid volgen, als de (niet apart waarneembare) zwakke begeleider voor de hoofdster langs trekt. De bekendste vertegenwoordigers van deze soort sterren zijn Algol en RZ Cassiopeia. Een ander soort veranderlijke wordt zelf groter en kleiner (pulseert) in een bepaald ritme. Het maximum van dit soort sterren is soms te volgen. De bekendste vertegenwoordiger luistert naar de naam Mira, die is in een maximum met het blote oog waarneembaar.

Ook deze maand zijn (met de kleine telescoop) weer enkele sterbedekkingen door de Maan waar te nemen.

De eerste dag van het jaar (en van de maand) is de Maan in eerste kwartier en dus 's-avonds in het zuid-westen te vinden. Saturnusmaan Titan bereikt op 2 januari om twee uur 's-middags haar grootste westelijke afstand tot de planeet, ze is met een kleine telescoop vóór de ochtendschemering gemakkelijk op te sporen.

's-Avonds rond half negen begint de helderheid van Algol af te nemen, rond kwart over één 's-nachts is het minimum bereikt, daarna wordt de ster weer helderder en rond kwart over zes is de normale helderheid weer bereikt. De volgende nacht nadert onze Maan Jupiter, als de samenstand bereikt is, zijn ze al onder gegaan. De volgende nacht reserveren we voor de Boötiden. Als rond vier uur de Maan is onder gegaan, is de gunstigste waarneemtijd aangebroken.

Op 4 januari drie kwartier nadat de Zon is onder gegaan, staan drie manen van Jupiter op een kluitje bij elkaar aan één kant van de planeet, maan Io staat alleen  aan de andere kant. Op 5 januari staat de Aarde het dichtst bij de Zon in haar jaarlijkse omloop. De volgende nacht zijn er twee sterbedekkingen waar te nemen; omdat de Maan al bijna vol is, is een behoorlijke vergroting nodig. Zes januari is de Maan in haar omloop gevorderd tot Aldebaran, bij de samenstand zelf zijn ze beide alweer onder de horizon verdwenen.

Op 9 januari vanaf tien voor zes 's-middags, is Jupiter onze aandacht waard. Eén minuut later komt maantje Europa uit de schaduw van de planeet te voorschijn, heel dicht bij maantje Io. Gedurende de volgende vijf minuten komen ze nog dichter bij elkaar, daarna verwijderen ze zich weer van elkaar. Alle vier manen staan aan één kant van de planeet (de oostelijke).

Op 10 januari bereikt de Saturnusmaan Titan haar grootste oostelijke afstand tot de planeet (vgl. 2 jan.).

In de vroege avond van 11 januari staan de Jupitermanen Europa en Ganymedes heel dicht bij elkaar. Tweemaal komen ze in conjunctie (samenstand).

Met een grote verrekijker of een kleine telescoop met lage vergroting zijn de avonden van 12 en 13 januari Venus en Neptunus in één gezichtsveld waar te nemen. De avond van 13 januari trekt maan Callisto heel dicht onder Jupiter door. De volgende avond verdwijningen en verschijningen van enkele Jupitermanen. In de vroege nacht van 17 januari is onze Maan dicht bij Satunus en Spica. Achttien januari is Titan weer het verst van Saturnus waarneembaar, nu weer ten westen van de planeet.

Op 19 januari rond zeven uur 's-avonds staat komeet Levy ruim één graad ten noorden van de veranderlijke ster Mira. Mira bereikt haar maximale helderheid echter pas in augustus. De vier heldere Jupitermanen zij vanavond samen ten westen van de planeet te vinden. Vanaf ongeveer acht uur begint de helderheid van RZ Cas af te nemen. Rond één uur 's-nachts (20 jan.) is het minimum bereikt en gedurende de volgend vijf uur neemt de helderheid weer toe. Dit alles waar te nemen met verrekijker of kleine telescoop. De volgende avond is komeet Levy de aarde het dichtst genaderd, 29 miljoen kilometer.

Op 21 januari vanaf kwart over elf 's-avonds verdwijnen in 10 minuten tijd drie manen van Jupiter in de schaduw van de planeet. Twee uur lang is dan alleen Callisto te zien.

Vanaf 25 januari gaat Mars in retrograde (teruglopende) beweging, ze loopt dan in westelijke richting tussen de sterren door. Dat gaat zo door tot halverwege april.

Middernacht van 25 op 26 januari is Algol weer in een minimum. Vanf vijf uur daarvoor is de hele cyclus te volgen. Ook RZ Cas bereikt haar minimum en wel een half uur later dan Algol. Een drukke nacht dus.

In het noordelijke deel van ons land zijn op 29 januari twee rakende sterbedekkingen waar te nemen. Wie toevallig in de buurt van Hoofddorp is, kan ze beide met een flinke telescoop volgen. De volgende avond zij de maanbewegingen bij Jupiter weer interessant. De laatste avond van de maand komt RZ Cas weer in een minimum. Vanaf zeven uur is de afname te volgen. Tijdens de toename in helderheid zijn we al weer in de tweede maand van 2012.

Terug naar het maandoverzicht