Zeldzame superflits

Gepubliceerd op 03-12-2008

Kleine koele ster blijkt plotseling explosief

Illustratie van een neutronenster vlak voordat hij tot uitbarsting komt.

Illustratie van een neutronenster vlak voordat hij tot uitbarsting komt.

Zeldzame superflits waargenomen.

Een kosmische superexplosie op een extreem compacte, maar relatief koele ster stelt astronomen voor raadsels. De volgens de theorie aanwezige warmte in de ster zou nooit toereikend kunnen zijn om de waargenomen explosie te veroorzaken. Daar moet dus meer aan de hand zijn, denkt sterrenkundige bij SRON, Laurens Keek, die hier op 1 december op promoveert aan de Universiteit Utrecht. Op 5 mei 2005 registreerden de sensoren op de NASA-satelliet Rossi X-ray Timing Explorer (RXTE) een bijzonder grote explosie op de ster 4U 1606-522. Geen normale ster zou zo'n explosie overleven. RXTE keek dan ook niet naar een normale ster, maar naar een neutronenster, een ster met een massa van ongeveer anderhalf keer die van de zon en een straal ter grootte van de stad Utrecht. De flits van 5 mei 2005 was geen gewone röntgenflits, maar een veel zeldzamere superflits. Superflitsen zijn duizend keer zo sterk en duren duizend keer zo lang als gewone flitsen. Op honderd meter diepte in de ster ontstaat een laag koolstof als product van de kernreactie van de gewone röntgenflitsen. Komt die laag onder voldoende grote druk te staan en is de temperatuur hoog genoeg, dan brandt al het koolstof in een keer op in een gigantische kernexplosie. Juist met die temperatuur was iets vreemds aan de hand in het geval van de flits van 5 mei 2005. Normaal zien we dat de ster gedurende meer dan tien jaar voorafgaand aan een superflits opgewarmd wordt door het aanzuigen van hete materie van de begeleidende ster, aldus Laurens Keek. Maar bij de flits van 5 mei 2005 begon dat opwarmen pas 55 dagen voor de superflits. Blijkbaar gebeurt er nog iets in de ster dat hem opwarmt tot de explosieve temperatuur. Het liefst zou Keek zo'n superflits bekijken met een röntgentelescoop die het licht van de flits in detail kan analyseren, zoals de ruimtetelescoop XMM-Newton van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. SRON bouwde een van de precisie-instrumenten op XMM-Newton, de RGS. Maar wanneer en waar zo'n superflits afgaat, weet je nooit zeker. Dat blijft dus een kwestie van geduld en geluk.

Terug naar het nieuwsoverzicht